Rabo 2

Leden van de Rabobank Westelijke Mijnstreek kunnen het Graetheidecomité financieel steunen door bij de Rabo Clubkas Campagne op ons te stemmen. Op 10 mei ontvangt u een stemkaart van de bank en u kunt tot 23 mei stemmen. U vindt ons onder de rubriek natuur of u vult in het zoekveld in Graetheidecomite

raboclubkas

 

 

Beroepschrift Graetheidecomité tegen Bramert-Noord

De Stichting Graetheide Comité, gevestigd te Born aan de Hubertushof 1 in deze vertegenwoordigd door de heer Ir. H.J.M. Slangen, met het recht van vervanging, stelt als volgt:

 

Appellant heeft kennis genomen van het vastgestelde bestemmingsplan  Bramert-Noord in de gemeente Stein d.d. 3 juni 2010.

 

  1. Ontvankelijkheid

De Stichting Graetheide Comité is op grond van haar statuten gerechtigd bezwaar en beroep aan te tekenen.

  1. Appellant is het op de hierna volgende gronden oneens met het vastgestelde bestemmingsplan en komt hierbij binnen de gestelde termijn bij Uw Afdeling in beroep.

 

  • Regiovisie Westelijke Mijnstreek 2009-2020

Het bestemmingsplan Bramert-Noord heeft betrekking op de realisatie van een nieuwe woonwijk in nu nog agrarisch gebied ten noorden van Urmond. Echter een van de uitgangpunten van de Regiovisie “Ruimte voor nieuwe generaties” is dat “het landschap minimaal dezelfde omvang behoudt en dat woningbouw en bedrijvenontwikkelingen binnen het bestaande bebouwde gebied moeten blijven” (blz 19). Alleen “als sprake is van een ontwikkeling van essentieel belang voor de realisatie van de speerpunten” kan hiervan afgeweken worden. Bramert-Noord is in ontwikkelopdracht 1 van deze Regiovisie opgenomen, maar dit betekent niet dat daarmee het project voldoet aan alle eisen die o.a. in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) en in de Regiovisie zelf zijn opgenomen. De Regiovisie stelt (blz.36) dat “de projecten nog nader uitgewerkt en geconcretiseerd moeten worden voordat kan worden beoordeeld of ze in aanmerking komen voor opname op de uitvoeringsagenda.”

Er wordt in het vastgestelde bestemmingsplan niet aangetoond dat woningbouw buiten het bestaande bebouwde gebied van essentieel belang is voor een van de speerpunten uit de Regiovisie; het Graetheide Comité is van mening dat die bijdrage zeker niet essentieel is. Immers onvoldoende blijkt uit de stukken dat voor het aantrekken van personeel ten behoeve van het speerpunt Hoogtechnologische bedrijvigheid de bouw van woningen in het buitengebied essentieel is. Eerder is het zo dat hiervoor het woonklimaat verbeterd moet worden door meer groen en natuur en hieraan doet het plan zelfs afbreuk. Ook voor het speerpunt Transformatie woningvoorraad is het plan contraproductief. De immense opgave om het toekomstige overschot aan woningen te slopen wordt er alleen maar door vergroot. Het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) gaat er namelijk (sinds dec. 2009) van uit  dat in Zuid-Limburg tot 2030 het totale woningaantal met 16000 zal moeten afnemen. De in de regiovisie geschetste kwaliteitsverbetering door verdunning in de kernen kan zonder nieuwbouw in Bramert-Noord dus makkelijk worden bereikt.

 

Een ander uitgangspunt van de Regiovisie en ook van het POL is dat vanwege de bevolkingskrimp geen sprake meer kan zijn van uitbreiding van de woningvoorraad en dat uitgegaan moet worden van het principe “één erbij, één eraf”. De Raad van Stein heeft in de op 12-6-2008 vastgestelde actualisatie van het woningbouwprogramma afgesproken dat dit principe ook voor Bramert-Noord geldt. De Regiovisie stelt verder dat “bouwen en slopen één integrale aanpak moet worden” (blz. 29). Die integrale aanpak ontbreekt volledig. Hoe en waar 400 woningen gesloopt zullen worden wordt in de plannen niet besproken. De kosten van deze sloop (naar schatting meer dan 40 miljoen Euro) zijn in het exploitatieplan niet opgenomen. De bedoeling is dat deze kosten door de woningbouwverenigingen (dus de huurders) worden gedragen, die hierdoor meebetalen aan de kosten van koopwoningen. Het ware juister de kosten te laten dragen door degenen die nieuwe woningen bouwen. Daarbij komt dat de Woningstichting Urmond (Bramert-Noord ligt in Urmond) geen enkele woning heeft die in de komende decennia gesloopt zou moeten worden. De gemeente wil de oplossing van dit probleem pas in de uitwerkingsplannen naar voren laten komen, maar dat is veel te laat omdat dan al veel kosten (o.a. de ontsluitingsweg) gemaakt zijn. De Woningstichting Urmond is tegen het plan Bramert-Noord, niet alleen om deze reden maar ook omdat men van mening is dat dit plan overbodig is.

 

Ook stelt de Regiovisie dat bij het bepalen van de behoefte aan woningen uitgegaan moet worden van een in 2009 uit te voeren regionaal woningmarktonderzoek. Dit onderzoek en de bijbehorende toekomstvisie is medio 2010 echter nog niet klaar. Dat de nieuwe woonmilieuvisie er nog niet is komt omdat de gemeenten/woningverenigingen zich voor de haast onmogelijke opgave gesteld zien om de sloop van een groot aantal woningen te financieren.

In de Woonmilieuvisie Westelijke Mijnstreek 2008 wordt geconstateerd dat de “harde” regionale plannen voor woningbouw een overcapaciteit van 1677 woningen kennen en dat dus niet alle plannen gerealiseerd moeten worden. Ook voor het suburbaan wonen (waartoe de Bramert gerekend wordt) wordt van een afname uitgegaan. Het plan zegt over de mogelijke groei in suburbaan wonen: “Evenals in het stedelijke woonmilieu moeten actuele demografische prognoses, in combinatie met een overzicht van de verwachte afname van het aantal woningen in het bestaande suburbane gebied, inzicht bieden in de behoefte aan realisatie van uitbreidingslocaties. De resultaten hiervan kunnen consequenties hebben voor de ontwikkeling van uitbreidingslocaties. Uitbreiding kan mogelijk alleen plaatsvinden indien dit een nieuw woonmilieu toevoegt en dus geen concurrentie biedt.” Ten aanzien van Bramert-Noord wordt in deze woonvisie gesteld dat dit door de regio afgewogen moet worden tegen alle andere plannen omdat ze niet allemaal gerealiseerd kunnen worden. Deze regionale afweging heeft niet plaatsgevonden. Met name het feit dat in Sittard-Geleen in de binnenstad door sloop (o.a. van het ziekenhuis) grote terreinen braak liggen speelt hierbij een rol. De gemeente wil hier (terecht) woningen realiseren en die concurreren met Bramert-Noord. Ook het Rijk is niet overtuigd van de noodzaak van Bramert-Noord. In de vergadering van de PCOL (Provinciale Commissie Omgevingsvraagstukken Limburg) van 9-3-2009 is bij de bespreking van de Regiovisie door de ministeries van VROM, EZ en LNV gesteld: “Daarnaast dient op het punt van speciale woonmilieus naar de concurrentie tussen de oude ziekenhuislocatie en de uitleglocatie Bramert Noord (gedegen analyse van haalbaarheid van beide locaties alsmede in relatie tot elkaar lijkt gewenst).” Deze gedegen analyse ontbreekt in het bestemmingsplan volledig.

De actuele demografische cijfers zijn zelfs nog somberder dan die waar de Woonvisie 2008 van uit ging. Daardoor is het des te meer noodzakelijk om de plannen, conform de Regiovisie, te toetsen aan actuele inzichten met betrekking tot de woningbehoefte op langere termijn. Zonder een aan de recente demografische cijfers aangepaste woonvisie en een gedegen afweging tegen alle andere plannen in de regio is een beslissing dus niet verantwoord  en in strijd met de Regiovisie.

 

  • Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL)

Het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL-aanvulling Verstedelijking dd 18-12-2009) gaat er van uit dat bij realisatie van een nieuw cluster van woningen binnen de stedelijke ontwikkelingszones (P8) waartoe de Bramert behoort, dit afdoende gemotiveerd moet worden. In het onderhavige plan ontbreekt de bedoelde afdoende motivatie volledig. De POL-aanvulling Verstedelijking gaat er ook van uit dat bij realisatie van een nieuw cluster van woningen binnen de stedelijke ontwikkelingszones (P8)  het verlies van omgevingskwaliteit gecompenseerd moet worden door verbeteringen elders (blz. 56). In het onderhavige plan ontbreekt een voorstel voor compensatie geheel.

 

  • Landschap

Het plangebied maakt deel van het Belvedèregebied Heuvelland. Dit heeft tot gevolg dat bij de ontwikkeling van Bramert-Noord behoud van unieke landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten gewenst is. De provinciale cultuurhistorische waardenkaart toont aan dat een gedeelte van het plangebied een hoge cultuurhistorische waarde heeft. De conclusie in het bestemmingsplan is dan ook: “Bij de ontwikkeling van Bramert-Noord moet rekening worden gehouden met de unieke landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten, zoals het schaalcontrast van zeer open naar besloten, het groene karakter en de oude bomenrijen. Met name de inpassing van cultuurhistorische elementen zoals de molen verdienen extra aandacht.”

In de plannen wordt echter op geen enkele manier duidelijk gemaakt dat die unieke kwaliteiten niet in ernstige mate verloren gaan. Niet alleen de bouw van 400 woningen maar ook de aanleg van een nieuwe randweg en van 7 meter hoge geluidswallen langs de gehele oostkant van het gebied zullen het karakter van het gebied dramatisch aantasten. De opmerking op blz. 10 van het plan dat er “geen aantasting van het buitengebied plaatsvindt” is dan ook volstrekt onjuist.

Het College van Rijksadviseurs waarschuwt in een recent advies (febr. 2010) voor het steeds verder volbouwen van Nederland. In de Randstad, maar ook elders moeten volgens hun rapport veel meer woningen worden neergezet binnen de bebouwde kom. ‘Verdichting’ of ‘binnenstedelijk bouwen’ is de enige manier om te voorkomen dat steeds meer groene ruimte in Nederland verdwijnt. Het rijk moet hier samen met decentrale overheden veel meer werk van maken, schrijft het College van Rijksadviseurs in het rapport Prachtig Compact NL. Volgens het Graetheide Comité zijn er in de regio, met name in Sittard-Geleen, zoveel mogelijkheden voor binnenstedelijk bouwen dat bouwen in een agrarisch buitengebied niet nodig is. De gemeenteraad van Sittard-Geleen deelt dit standpunt.

 

  • Gelet op bovenstaande meent appellant dat gemeente Stein een onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd besluit inzake het vastgestelde bestemmingsplan heeft genomen.
  •  

    MITSDIEN:

     

    Wendt appellant zich tot de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State te Den Haag, met het eerbiedige verzoek het onderhavige beroep gegrond te verklaren en het vastgestelde bestemmingsplan d.d. 3 juni 2010 te vernietigen.

     

    Tot slot verzoekt appellant, op grond van het bepaalde in artikel 8:75 van de Awb, over te gaan tot het uitspreken van een kostenveroordeling ten laste van verweerder.

     

    Stein, 13 augustus 2010

     

    back f2