Rabo 2

Leden van de Rabobank Westelijke Mijnstreek kunnen het Graetheidecomité financieel steunen door bij de Rabo Clubkas Campagne op ons te stemmen. Op 10 mei ontvangt u een stemkaart van de bank en u kunt tot 23 mei stemmen. U vindt ons onder de rubriek natuur of u vult in het zoekveld in Graetheidecomite

raboclubkas

 

Sinti-kamp Bramert-noord gaat niet door!

In december 2014 heeft de gemeente Stein het bestemmingsplan Bramert-noord aangepast, om de bouw van 6 woningen voor Sinti's mogelijk te maken.De LLTB is bij de Raad van State in beroep gegaan tegen de plannen. In een tussenuitspraak in december 2015 zegt de Raad van State dat de gemeente de plannen beter moet motiveren. Het gaat dan vooral om het punt dat het niet zeker is dat de bouw van 400 woningen in het gebied doorgaat. Als dat niet doorgaat liggen de Sinti-woningen in het buitengebied. De gemeente moet duidelijk maken waarom dat niet anders kan en aantonen dat de landbouw daar geen nadeel van heeft.. De gemeente heeft tot april 2016 de tijd hiervoor.

Op 3 augustus 2016 deed de Raad van State uitspraak. De bouw van de woningen mag niet doorgaan. De reden is dat de raad het gebied als buitengebied beschouwt en volgens de eigen besluiten van de Steinse raad mogen in het buitengebied geen wonningen gebouwd worden.

 Zienswijze Ontwerp-bestemmingsplan "Louisegroeveweg-Bramert-Noord"

Het Graetheidecomité wil bij deze haar zienswijze geven met betrekking tot het ontwerp bestemmingsplan Louisegroeveweg-Bramert-Noord. Wij zijn onaangenaam verrast dat de uiteindelijke keuze voor de realisatie van de 6 woningen midden in het open landbouwgebied is gevallen. Blijkbaar heeft u alleen de leefbaarheids-problematiek van Berg mee laten wegen en heeft u geen boodschap aan de aantasting van het buitengebied. Er zijn meerdere redenen waarom wij vinden dat dit geen goede locatie is voor het Sinti-kamp.

• Wij betwijfelen of alle alternatieve locaties wel goed zijn onderzocht. De onderbouwing hiervan vinden wij onvoldoende. Er is slechts één locatie binnen het bebouwde gebied in de keuze betrokken (langs de Molenweg) en hiervan was het op voorhand duidelijk dat die ongeschikt zou zijn. Alternatieven, bv aan de Paalweg, zijn niet meegenomen. Het lijkt er op dat eigendom van de grond van de gemeente doorslaggevend is geweest voor deze locatie. Het lijkt er daarom op dat er sprake is eigendomsplanologie.

• Het bestemmingsplan wordt gelijk als ontwerp ter inzage gelegd. Voor-overleg met belanghebbende partijen is niet georganiseerd. Hiermee mist u een kans om tot betere oplossingen te komen.

• De ontwikkeling van Bramert-Noord als luxe woningbouwlocatie wordt door de ontwikkeling van het Sinti-kamp definitief onrealiseerbaar. De door uw Raad geaccordeerde doelstelling van het Regionaal Structuurplan Wonen om hier een uniek woonmilieu te realiseren dat gekenmerkt wordt door een ruime verkaveling in een groene omgeving en met een brede toepassing van Duurzaam Bouwen wordt nu onmogelijk. Dit is geen consequent beleid.

• Het plan druist in tegen elke vorm van goede ruimtelijke ordening door een van de grootste aaneengesloten open gebieden in de gemeente op te offeren voor woningbouw. Stein is toch al schaars bedeeld met groen buitengebied. In de gemeente staan tegenover elke hectare bebouwd terrein 2 hectare buitengebied, terwijl dat gemiddeld in Limburg 9 hectare is (bijna 5 keer zo veel dus). De in de Structuurschets Stein beloofde duurzame inrichting van de buitengebieden, gericht op behoud en versterking van de waarden van landschap, natuur en ecologie blijft op die manier een loze belofte. Het was beter geweest om met dit plan aan te sluiten aan de rand van de bebouwde kom.

• Het versnipperd aanleggen van een nieuwe woonfunctie in het buitengebied is in strijd met het principe van zuinig ruimtegebruik. Het POL 2006 schrijft voor dat op stedelijke ontwikkelingszones (P8) pas beroep zal gedaan worden indien de verstedelijkingsvraag niet binnen het bestaand stedelijk gebied opgelost kan worden. Indien nieuwe stedelijke ontwikkelingen niet binnen het stedelijk gebied kunnen worden opgelost, zullen conform het POL, ontwikkelzones worden aangewezen direct grenzend aan het bestaande stedelijk gebied. Van overleg met de provincie hierover (dat vermoedelijk toch wel heeft plaatsgevonden) ontbreekt in de stukken elke informatie.

• Uit de geluidsberekeningen blijkt dat het verwachte geluidsniveau van zowel de A2 als van Chemelot precies gelijk is aan de maximale waarde waarvoor ontheffing kan worden gegeven, nl. resp.53 dB (A2) en 55 dB (Chemelot). Welk een gelukkig toeval! Als een van deze getallen ook maar 1 dB hoger zou zijn uitgevallen zou een geluidswal nodig zijn. De berekende waarde voor de A2 komt uit op 57 dB, maar mag i.v.m. verwachte toekomstige verbeteringen aan auto's met 4 dB gekort worden. Uit de stukken blijkt echter niet dat ook rekening is gehouden met de toekomstige ontwikkelingen op de A2, zoals uitbreiding naar 3 rijstroken en toename van het verkeer door o.a. de aanleg van de Randweg Parkstad en de tunnel in Maastricht. Ook de verwachte uitbreiding van de Chemelot-campus zal tot meer verkeer leiden. Dit dient in de berekeningen meegenomen te worden. Ook verbaast het ons dat voor de eerder geplande villawijk wel een geluidswal noodzakelijk werd geacht en voor dit kamp (dat nog dichter bij de A2 ligt dan de geplande villa's) niet. Overigens dient nog met aanvullend akoestisch onderzoek aangetoond te worden dat het binnenniveau van de woning de wettelijke norm niet overschrijdt. Zou dat het geval zijn dan leidt dat tot extra kosten. De gecumuleerde geluidbelasting  (A2 en Chemelot samen) bedraagt 58 dB. B&W moet beoordelen of dit aanvaardbaar is. Het rapport van Antea zegt hierover: "Naar ons oordeel levert cumulatie van geluid geen buitensporig slechte geluidsituaties op, waarmee het vaststellen van een hogere waarde gerechtvaardigd is." Antea gaat er dus van uit dat alleen een buitensporig slechte geluidsituatie tot maatregelen moet leiden, maar onderbouwt deze uitspraak niet. Een beslissing van B&W over de toelaatbarheid van deze cumulatie ontbreekt bij de stukken.

• De LLTB geeft in haar zienswijze nog een groot aantal bezwaren die specifiek op de landbouwbedrijven betrekking hebben. Wij herhalen deze argumenten hier niet, maar ondersteunen ze volledig.