Is de Lexhy wel nodig voor de Chemelot-campus?

Onderstaande brief is op 13 april 2017 verstuurd aan de gemeente Sittard-Geleen, de provincie, Chemelot en BCI.

Berekening benodigde grondoppervlak Chemelot-campus

BCI gaat voor de komende 10 jaar uit van een groei met 635 tot 1125 medewerkers werkzaam in pilot-plants en kleine productie-units. Bij een benodigd vloeroppervlak van 200 m2 per medewerker resulteert dit in een benodigd oppervlak van 110.000-200.000 m2. Vergelijken we dit met de onlangs op de Campus gebouwde pilot-plant MPP (500 m2), dan betekent dit 220-400 van dergelijke minplants in de komende 10 jaar. Dit getal lijkt volstrekt irreëel, reden om de onderliggende aannamen kritisch te beschouwen. Dit leidt tot een zestal discussiepunten.

1. Niet alle bij de pilot-plants en kleine produktieplants betrokken medewerkers zullen daadwerkelijk in de plant werken. Een deel is werkzaam in management, administratie, marketing, onderhoud e.d.  Naar schatting werkt de helft niet in de plant; hiervoor hoeft dus alleen kantoorruimte gerekend te worden. Deze schatting moet echter verder onderbouwd worden.

2. BCI gaat uit van een ruimtebehoefte van 200 m2 per plant-medewerker. Dit getal is echter sterk afhankelijk van de aard van de plant. Een multi-purpose plant zal meer ruimte per werknemer vragen dan een dedicated plant. De BPF in Delft (5000 m2 met 25-30 medewerkers) zit op bijna 200, maar de PP-pilot-plant van Sabic (400 m2) zal lager zitten. Wij schatten het gemiddelde op circa 100 m2, maar ook dit cijfer moet onderbouwd worden. Eerder (presentatie op 20-12-2016) ging BCI ook uit van 100 m2  per medewerker.

3. Ook het aantal verdiepingen van (pilot-)plants varieert sterk. De BPF in Delft telt 6 verdiepingen, de Sabic-plant is 28 meter hoog, dus bevat naar schatting 4 verdiepingen. Daarnaast bestaan er pilot-plants zoals de MPP (Multipurpose Pilot Plant op Chemelot) die slechts uit één verdieping bestaan. Technisch is het echter goed mogelijk dit soort lage plants boven elkaar te bouwen. We schatten het gemiddels aantal verdiepingen op 3 (dus FSI=3).

4. Een deel van de (pilot-)plants zal continu in bedrijf zijn, zoals bv de Bio Base Europe Pilot Plant in Gent. Dan zijn er 5 maal zo veel medewerkers op hetzelfde grondoppervlak. Hoe groot het aandeel continu opererende plants is moet verder onderzocht worden. 5. Niet alle (pilot-)plants hebben een lange levensduur. Met name de dedicated plants verdwijnen na een aantal jaren omdat ofwel het project niet haalbaar blijkt, ofwel overgegaan is naar grootschalige productie.

6. De door BCI geraamde personeelstoename ligt tussen 180 en 350 medewerkers per jaar. De toename bedroeg in 2016 ongeveer 80 (precieze cijfers zijn ons niet bekend). In dit licht gezien lijkt een toename met 350 per jaar erg veel.

Als we uitgaan van de in 1 t/m 3 genoemde cijfers wordt het benodigde grondoppervlak een factor 12 kleiner (2x2x3) dan in de berekening van BCI. De punten 4 t/m 6 laten we buiten beschouwing omdat we die momenteel onvoldoende kunnen kwantificeren. De reductie met een factor 12 leidt tot een grondoppervlak van ruwweg 10.000-17.000 m2. Ofwel 20-35 nieuwe (pilot-)plants van het formaat MPP in 10 jaar tijd. Nog altijd een hoog getal, maar duidelijk realistischer dan de uitkomst van Buck. Rekenen we dit om naar het bruto grondoppervlak dan komen we uit tussen 2 en 3,5 ha voor de (pilot-)plants. Tellen we daar nog de ruimte voor de overige medewerkers die tbv de (pilot-)plants werken en die voor de R&D bij op (geschat op 3-7 ha), dan blijven we duidelijk onder de 12 ha die op de huidige lokatie beschikbaar zijn.