Graetheidecomité: de Lexhy niet nodig voor Chemelot-campus

Het adviesbureau BCI publiceerde in juli 2017 een rapport waaruit zou moeten blijken dat in de toekomst uitbreiding van de Chemelot-campus nodig is. Dat zou moeten gebeuren op de Lexhy (ten noorden van de Urmonderbaan).Het Graetheidecomité heeft het eindrapport bestudeerd en diverse malen met de opstellers hierover besproken. Ons voornaamste bezwaar is dat uit het rapport blijkt dat het eigenlijk niet om een research-campus gaat maar dat het voornamelijk productiebedrijven zijn die op de Lexhy zouden moeten komen. Die zouden echter beter op bestaande industrie-terreinen gebouwd kunnen worden..

Groeiprognose

De groeiprognose die de provincie voor de Campus hanteert (2970 medewerkers in 2023) klopt redelijk met het minimumscenario van BCI (3512 in 2026, exclusief Sitech). Het maximumscenario van BCI (5750 mensen) ligt daar ver boven en lijkt ons niet realistisch..
In de periode 2010-2016 heeft zich volgens BCI in heel Nederland één bedrijf gevestigd in de voor de Chemelotcampus relevante sectoren. Voor de komende 10 jaar berekent BCI  dat zich op alleen de Chemelotcampus 6-11 nieuwe bedrijven zouden vestigen. Dit lijkt ons een erg onwaarschijnlijke groei.
De berekening van het benodigde grondoppervlak blijft discutabel. De optie om meer in de hoogte te bouwen is onvoldoende meegenomen.

Afweging industrie tegen natuur en landschap 

De studie van BCI pretendeert een afweging te maken welke lokatie, rekening houdende met natuur en landschap het meest geschikt is. In 100 bladzijden worden de economische aspecten uitvoerig belicht (het rapport heeft dan ook als titel “Economische onderbouwing ruimtebehoefte...) maar er wordt geen woord gewijd aan de gevolgen voor natuur, landschap en leefomgeving. Zelfs het feit dat de Lexhy door de provincie bestempeld is als “goudgroene natuurzone” en deel uitmaakt van een ecologische verbindingszone (zie Omgevingsvisie Sittard-Geleen 2016) wordt in het rapport niet genoemd. Toch denkt BCI in staat te zijn een afweging te maken tussen economische belangen en natuur, simpel door wat + en – tekens in een tabel. Deze methode om de locaties tegen elkaar af te wegen is volstrekt ongeschikt om een afweging te maken tussen economie en natuur. Omdat er meer dan 10 onderdelen van de keuzetabel met economie te maken hebben en maar één met natuur zal de uitkomst bepaald worden door de economische aspecten. De uitkomst hangt ook sterk af van de keuze van de weegfactoren. Als voor natuur een factor 3 gekozen wordt scoort de Lexhy niet meer het hoogste.
De conclusie van BCI dat de Lexhy overall de beste lokatie is, is daarom onjuist. De enige conclusie kan zijn dat uit bedrijfseconomisch oogpunt de Lexhy de beste is en uit het oogpunt van natuur en landschap de slechtste.
Overigens kan het ook niet de taak van een adviesbureau zijn om een dergelijke afweging te maken. Dit hoort door de politiek (gemeenteraad, Provinciale Staten) gedaan te worden.

 Industrieterrein onder het mom van Campus.

Het rapport van BCI maakt duidelijk dat veruit het grootste ruimtebeslag nodig is voor productiebedrijven en niet voor R&D. In het minimum scenario zijn dit 17 van de 23 ha, in het maximum scenario 32 van de 43. Het gaat dus blijkbaar niet om een research-campus maar hoofdzakelijk om een gewoon industrie-terrein. Voor productie is volgens BCI de nabijheid van een researchcampus niet zo belangrijk, dus hiervoor zouden ook andere lokaties in aanmerking kunnen komen.

Sitech hoort niet op Campus

Merkwaardig is dat terwijl de ruimte op de campus beperkt is er toch voor is gekozen om 500 mensen van Sitech op de Campus te vestigen. Dit betekent dat 500 researchmedewerkers naar de noordkant van de Urmonderbaan moeten. Terwijl voor hen nabijheid door BCI als zeer belangrijk wordt gezien. Sitech had gevestigd kunnen worden in het voormalige kantoor Urmond, maar volgens Chemelot was die optie te duur. Merkwaardig is dan wel dat de leiding en staf van de ACN-fabriek haar intrek heeft genomen in kantoor Urmond omdat dat goedkoper is dan huisvesting op de lokatie. De indruk bestaat dat onder het mom van een Campus geprobeerd wordt het industrieterrein uit te breiden.

Konklusies

De te verwachten groei van de Campus wordt volgens het Graetheidecomité veel te hoog ingeschat en bestaat voornamelijk uit produktiebedrijven. Voor de verwachte groei aan R&D-aktiviteiten is op de huidige lokatie voldoende ruimte en ook is daar plaats voor produktiebedrijven die nauw met de research samenhangen. Zeker als meer voor hoogbouw gekozen wordt en de voor de R&D niet-relevante onderdelen zoals Sitech elders geplaatst worden is bebouwing van de Lexhy niet nodig
Opgemerkt zij nog dat de studie van BCI een onderdeel is van het opstellen van een integrale gebiedsvisie. Hiervan moeten behalve de Lexhy ook het gebied Graetheide, de verkeerssituatie en de natuurcompenstie en landschappelijke inrichting onderdeel uitmaken. Een eindconclusie is pas mogelijk als deze integrale visie op tafel ligt.