Graetheidecomité: de Lexhy niet nodig voor Chemelot-campus


Chemelot wil geen Campus op de Lexhy, maar industrie.

Medio 2016 publiceerde Chemelot haar Visie 2025, waarin aangegeven werd dat de Brightlands-campus moet uitbreiden buiten het huidige terrein en het liefst op de Lexhy. Voor de Lexhy werd gekozen omdat de campus-medewerkers dicht bij elkaar moeten zitten. Een deskundig bureau , Buck Consultants International (BCI), heeft deze plannen uitgewerkt en kwam in juni 2017 met een 100 bladzijden tellend rapport. Uit dat rapport blijkt echter dat het niet om een uitbreiding van de Campus gaat maar hoofdzakelijk om de vestiging van industrie. Het gaat hierbij om kleinere fabrieken die nauwelijks of geen overlast voor de omgeving veroorzaken.
Het rapport van BCI maakt duidelijk dat veruit het grootste ruimtebeslag nodig is voor productiebedrijven. In het minimum scenario van BCI zijn 17 van de totaal benodigde 23 ha voor industrie, in het maximum scenario 32 van de 43. Het gaat dus blijkbaar niet om een research-campus maar hoofdzakelijk om een gewoon industrie-terrein. Chemelot is van mening dat onderzoek en productie samen op een campus moet zitten. Op de campus in Eindhoven echter worden geen productiebedrijven toegelaten, dus daar ziet men het toch wel anders.
Een eerste indicatie dat het voornamelijk om industrie gaat is het feit dat Sitech (een technologische service-afdeling van Chemelot die helemaal geen onderzoek doet) zich op de Campus gaat vestigen.
Terwijl de ruimte op de campus beperkt is, is er toch voor gekozen om 500 mensen van Sitech op de Campus te vestigen. Dit betekent dat 500 researchmedewerkers naar de noordkant van de Urmonderbaan zouden moeten. Sitech had gevestigd kunnen worden in het voormalige kantoor Urmond, maar volgens Chemelot was die optie te duur. Merkwaardig is dan wel dat de leiding en staf van de ACN-fabriek haar intrek heeft genomen in kantoor Urmond omdat dat goedkoper is dan huisvesting op Chemelot.
Voor productie is volgens BCI de nabijheid van een researchcampus niet zo belangrijk, dus hiervoor zouden ook andere locaties in aanmerking kunnen komen. Het Graetheidecomité is daarom van mening dat de Campus alleen voor onderzoek en ontwikkeling van nieuwe producten en processen gebruikt moet worden. Voor productiebedrijven moet breder in de regio naar mogelijkheden gezocht worden. Mogelijkheden die minder belastend zijn voor leefomgeving, natuur en landschap.

Groeiprognose.

BCI is erg optimistisch over de te verwachten groei.  Het minimumscenario van BCI (3512 medewerkers in 2026, exclusief Sitech) klopt vrij aardig met de groeiprognose die de provincie voor de Campus hanteert (2970 medewerkers in 2023). Het maximumscenario van BCI (5750 mensen) ligt daar ver boven en lijkt ons niet realistisch.
Zeker over de mogelijke vestiging van nieuwe bedrijven is BCI veel te optimistisch. In de periode 2010-2016 heeft zich (volgens BCI zelf) in heel Nederland één bedrijf gevestigd in de voor de Chemelot-campus relevante sectoren. Voor de komende 10 jaar berekent BCI  echter dat zich op alleen de Chemelot-campus 6-11 nieuwe bedrijven zouden vestigen. Dit lijkt ons een erg onwaarschijnlijke groei.

Afweging industrie tegen natuur en landschap

De studie van BCI pretendeert een afweging te maken welke locatie, rekening houdende met natuur en landschap, het meest geschikt is. In 100 bladzijden worden de economische aspecten uitvoerig belicht (het rapport heeft dan ook als titel “Economische onderbouwing ruimtebehoefte...) maar er wordt geen woord gewijd aan de gevolgen voor natuur, landschap en leefomgeving. Zelfs het feit dat de Lexhy door de provincie bestempeld is als “goudgroene natuurzone” en deel uitmaakt van een ecologische verbindingszone (Omgevingsvisie Sittard-Geleen 2016) wordt in het rapport niet genoemd. Toch denkt BCI in staat te zijn een afweging te maken tussen economische belangen en natuur, simpel door wat + en – tekens in een tabel. Deze methode is echter volstrekt ongeschikt om een afweging te maken tussen economie en natuur. Omdat er meer dan 10 onderdelen van de keuzetabel met economie te maken hebben en maar één met natuur zal de uitkomst bepaald worden door de economische aspecten. De uitkomst hangt ook sterk af van de keuze van de weegfactoren. Als voor natuur een factor 3 gekozen  wordt (in plaats van 2) is de Lexhy niet meer de beste optie.
De conclusie van BCI dat de Lexhy overall de beste locatie is, is dus niet gebaseerd op een verantwoorde afweging en is onjuist. De enige conclusie kan zijn dat uit bedrijfseconomisch oogpunt de Lexhy het beste is en uit het oogpunt van natuur en landschap het slechtste.
Overigens kan het ook niet de taak van een adviesbureau zijn om een dergelijke afweging te maken. Dit hoort door de politiek (gemeenteraad, Provinciale Staten) gedaan te worden.

Conclusies

De geplande uitbreiding van Chemelot op de Lexhy bestaat voor het grootste deel uit  productie-bedrijven die beter elders gevestigd kunnen worden. Het onderbrengen van onderzoek en ontwikkeling tussen fabrieken doet afbreuk aan de doelstellingen van de Campus. Het succes van de Campus hangt mede af van het aantrekken van buitenlandse wetenschappers en die zitten liever op een echte research-campus. De 400 miljoen Euro die de provincie tot nu toe in de Campus gestopt heeft worden op deze manier niet optimaal gebruikt.
Als productie elders wordt ondergebracht is voor de verwachte groei aan R&D-aktiviteiten op de huidige locatie voldoende ruimte.  Eventueel is daar ook nog plaats voor productiebedrijven die nauw met de research samenhangen.
Opgemerkt zij nog dat de studie van BCI een onderdeel is van het opstellen van een integrale gebiedsvisie. Hiervan moeten behalve de Lexhy ook het gebied Graetheide, de verkeerssituatie en de natuurcompensatie en landschappelijke inrichting onderdeel uitmaken. Een eindconclusie is pas mogelijk als deze integrale visie op tafel ligt.