Archeologisch onderzoek Graetheide.

De Graetheide is sinds mensenheugenis  een ideaal gebied voor de mens om te wonen en te akkeren. Tijdens de midden- en jonge steentijd was het gebied dichtbebost. Het bos bestond voornamelijk uit linde waarnaast in kleinere getale onder andere eik, hazelaar, es en iep voorkwamen.

De randen van Graetheide waren om verschillende redenen een aantrekkelijk gebied om te wonen. In de eerste plaats was in de nabijheid altijd makkelijk toegankelijk water beschikbaar. Aan de randen van het plateau waren natuurlijke bronnen die in het verleden de droogdalen hebben gevoed.  Door de goede afwatering van de plateauranden, ontwikkelden zich daar bovendien gronden die uitermate geschikt waren voor akkerbouw. Een laatste gunstig kenmerk van de randlocaties is dat zij grenzen aan verschillende ecologische zones. Hierdoor was het mogelijk om vanuit één verblijfplaats verschillende landschappelijke zones te exploiteren.

De nederzettingen lagen voornamelijk dicht bij beken of bij de Maas. Centraal op de terrassen komt, zover we nu weten, in de prehistorie minder of geen bewoning voor. Deze gedeeltes waren minder attractief als woongebied, omdat er geen natuurlijke waterbronnen waren. Centraal op het plateau ligt het grondwaterniveau meestal meer dan 10m onder maaiveld. De vlakke, vruchtbare plateaus waren wel zeer geschikt voor akkerbouw.

 

De Bandkeramiekers waren de eerste boeren, die de Graetheide ontgonnen. Naast de ontginningen die nodig waren voor de nederzettingen, werd eveneens bos ontgonnen dicht bij de nederzettingen, richting de vlakke plateaus, ten behoeve van de landbouw. Op deze manier werd een gordel langs de randen van de Graetheide in gebruik genomen. De centrale delen van de terrassen bleven bebost. Na de Bandkeramiek neemt de bewoning af en zal het bos van de Graetheide zich langzaam hebben hersteld. Pas aan het eind van de ijzertijd is archeologisch zichtbaar dat het landschap weer werd bewoond en ingrijpend werd gewijzigd

 

Graetheide herbergt een groot aantal vindplaatsen uit voornamelijk het neolithicum (steentijd), de ijzertijd en de Romeinse tijd. Het zijn voor het grootste deel oppervlaktevondsten die door amateurarcheologen aan het licht zijn gekomen. Naast deze oppervlaktevindplaatsen zijn ook 13 archeologische monumenten (AMK-terreinen) aanwezig. Ze betreffen nederzettingsterreinen uit het neolithicum, de ijzertijd, Romeinse tijd en de middeleeuwen (mogelijke villaterreinen en grafvelden, alsmede kastelen, burchten en mottes).

 

Archeologisch onderzoek op vindplaatsen die rond Graetheide liggen, hebben een aanzienlijke kenniswinst opgeleverd. Het gaat om de vindplaatsen Sittard-Hoogveld, Geleen-Hof van Limburg, Holtum-Koeweide, Stein-Keerenderkerkweg en Nattenhoven. Deze opgravingen hebben een grote bijdrage geleverd aan kennis over de bewoning van de omgeving van de Graetheide in de tijd van de Bandkeramiek (vroeg neolithicum), Stein-groep (laat neolithicum), de brons- en ijzertijd, de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen.

 

Archol B.V. en de Universiteit Leiden voeren in opdracht van de provincie archeologisch onderzoek op Graetheide uit. Het onderzoek dat Archol en de Universiteit Leiden in 2010 uitvoerden vond plaats in de Bramert en op de Hoogenberg. In het gebied Bramert ten noorden van Urmond zijn door amateurarcheoloog Wim Hendrix  vele vondsten gedaan. Vermoedt wordt dat ter plekke een nederzettingsterrein uit de late prehistorie of Romeinse tijd aanwezig is. Er zijn ook twee mogelijke vindplaatsen aangetroffen uit het neolithicum en de bronstijd/ijzertijd. Tussen 1962 en 1971 werd het archeologische monument Hoogenberg door amateurarcheologen Verver en Schaap onderzocht. Uit voornamelijk hun karteringen bleek dat op het terrein meerdere archeologische vindplaatsen aanwezig zijn zoals een vermoedelijk nederzettingsterrein uit het midden- en laat neolithicum (Stein-groep maar ook Michelsberg en Klokbeker) alsmede een nederzetting uit de brons- en of ijzertijd.  De meest spectaculaire waarneming is de vondst van enkele complete ijzertijdpotten met daarin o.a. een jadeïetbijl. Ook bevindt zich hier mogelijk een Romeins villaterrein

 

Bron: Ivo van Wijk, Archeologische oppervlaktekartering aan de westkant van de Graetheide, verslag campagne 2009 (Archol-rapport 2010).

 

back f2