Bezwaar tegen PET recycling fabriek op Chemelot Campus

Op de Chemelot-Campus is een fabriek gepland waarin PET (een kunststof die o.a. voor limonadeflessen gebruikt wordt) gerecycled wordt. Het Graetheidecomité is van mening dat die fabriek niet op de Campus thuishoort maar op een fabrieksterrein. We hebben daarom onderstaande zienswijze ingediend bij de proviincie.

Geachte gedeputeerden,
Hierbij willen wij u onze zienswijze kenbaar maken ten aanzien van de op de Brightlands Chemelot Campus door Ioniqa geplande PET Upcycling pilot plant.
Ons bezwaar is dat het in de aanvraag niet gaat om een pilotplant maar om een volwaardige productieplant die daarom niet thuis hoort op de Campus maar op het Chemelot Industrial Park.
Dat de aangevraagde installatie geen pilotplant is concluderen wij uit het volgende.
1. De geplande capaciteit van 10.000 t/j (1300 kg/h) is voor een pilotplant extreem hoog. Pilotplants zijn in de regel niet groter dan 10 kg/h. Zie hiervoor bijlage 1.
2. Een demonstratieplant voor dit proces met een capaciteit van ongeveer 40 kg/h wordt door Ioniqa al bedreven in Rotterdam (zie bijlage 2). Het is onlogisch en zinloos om een demonstratieplant te laten volgen door een  pilotplant.
3. In het persbericht van Ioniqa en andere publicaties wordt de in Geleen te bouwen plant steeds een PET Upcycling plant genoemd. Het woord pilotplant komt in deze publicaties niet voor. Op haar website noemt Ionica het een "industrial plant". Met een verwachte omzet van  € 20 miljoen lijkt het zelfs niet op een pilotplant. Voor de geciteerde publicaties zie bijlage 2.
Een pilotplant heeft tot doel de kennis te vergaren voor de bouw van een commerciele plant. Uit niets blijkt dat dit ook de bedoeling van de aangevraagde PET Upscaling plant is. De techniek is volgens Ioniqa reeds gevalideerd (bijlage 2, artikel Proces Control). Als de techniek al gevalideerd is bouw je uiteraard geen pilotplant meer. Het feit dat de aanvrager van plan is om in de toekomst een tien keer zo grote plant te licentieren betekent niet dat de aangevraagde plant een pilotplant is. Ook het feit dat in de plant waarschijnlijk ook onderzoek gedaan wordt naar proces- en productverbeteringen maakt het niet tot een pilotplant. Dergelijk onderzoek vindt namelijk altijd plaats, zelfs in oude productieplants.
De provincie heeft via de deelvergunning uit 2007 de activiteiten van de Campus vergund. Het gaat hierbij om Research en Development activiteiten, R&D gedreven kleinschalige producties, ondersteunende diensten en algemene en infrastructurele voorzieningen. De aangevraagde "industrial plant" past niet in deze deelvergunning omdat de installatie niet R&D gedreven is en niet kleinschalig is. Als er vanuit deze plant contacten nodig zouden zijn met R&D op de Campus kan dat net zo goed vanaf een locatie op de Industral Site.
Vestiging van deze plant op de Campus heeft een aantal nadelen t.o.v. vestiging op de Industrial Site.
1. De aanwezigheid van grote hoeveelheden brandbaar materiaal op de drukbevolkte Campus heeft een negatieve invloed op de veiligheid. Hetzelfde geldt voor het transport met vrachtwagens over de Campus, die daar niet optimaal voor ingericht is. Het OVV-rapport stelt het volgende over de veiligheid op de Campus: "Zo ontbreekt een expliciete en navolgbare afweging tussen het belang van de activiteiten op de Campus en de veiligheidsrisico’s voor de mensen op de Campus". Die afweging ontbreekt ook ten aanzien van de nu aangevraagde plant.
2. De beperkte ruimte op de Campus moet gebruikt worden voor activiteiten die op de Campus beter tot hun recht komen dan elders. Worden veel andere activiteiten op de Campus toegelaten, dan betekent dit dat op termijn delen van de Campus in een gebied gevestigd gaan worden dat nu behoort tot de "goudgroene" natuur (de Lexhy). Dit is ongunstig voor de Campus zelf (grote afstanden tussen de Campusbewoners), voor de verkeerssituatie (kruispunt Urmonderbaan-Oude Postbaan) en voor de weinige nog bestaande natuur in de omgeving. Het ruimtebeslag van de PET-plant, 2000 m2 ,   legt een te groot beslag op de schaarse ruimte die op de Campus aanwezig is, zeker gezien het feit dat het maar 15 arbeidsplaatsen oplevert.
Het Graetheidecomité heeft als centrale doelstelling om zich in te zetten voor behoud van schaarse groene ruimte in dit toch  al overbelaste deel van de Westelijke Mijnstreek. Door nu productie-plants als deze toe te laten op de Campus zal deze veel eerder dan noodzakelijk "vol" verklaard worden en neemt de druk toe om te gaan uitbreiden naar schaarse groene ruimten. Daarom past het in onze doelstellingen om ons te verzetten tegen de komst van een productie-plant als de voorgenomen PET-fabriek op de Campus. Op de bestaande industriële site van Chemelot is er méér dan voldoende geschikte ruimte voorhanden om deze PET-fabriek onder te brengen.
Hoogachtend, het Graetheidecomité
 
De in de brief genoemde bijlagen zijn voor een groot deel in het Engels en staan daarom niet hier op de website. Wilt u ze inzien, neeem dan contact met ons op.